Kom naar ons, wij hebben niets!’
Stefan Schomann
Geen skiliften, geen sneeuwkanonnen, geen nachtleven: het ongerepte en charmante Villgratental in Oost-Tirol biedt wintersport in zijn zuiverste vorm. Hoe lang nog?

 

Tirol staat vol met kabelbanen en skiliften. Heel Tirol? Nee, een door koppige bergboeren bewoond dal biedt hardnekkig weerstand. Al twintig jaar lang keren de bewoners van het Villgratental in Oost-Tirol zich in meerderheid tegen steeds weer terugkerende plannen om hun hellingen te verbinden met het naastgelegen skigebied.
 Zo bleef behouden wat bewoners en bezoekers van veel Alpenregio’s helemaal niet meer kennen: winter in zijn zuiverste vorm. Een met een sneeuwlaag bedekt berglandschap met een ongerept panorama. Er staat niets in het landschap wat er niet hoort. En toch zijn op mooie dagen honderden skiërs op de hellingen te vinden. Ieder van hen is zijn eigen sleeplift: het dal heeft zich ontwikkeld tot een ideaal gebied voor mensen die graag tochten maken. Je kunt hier drie weken lang vakantie houden en elke dag een andere route kiezen.
 Als het maar niet zo zwaar was... Stoïcijns bewegen wij ons voort over besneeuwde alpenweiden met de blik gericht op de Kreuzspitze, die nog altijd ver weg is. Tweeduizendzeshonderdvierentwintig meter hoog, een bergbeklimming op ski’s. Als beloning belooft berggids Hannes Grüner een schitterend uitzicht en een prachtige afdaling, maar vooral grote voldoening over de geleverde prestatie. Als pistefanaten zich op de borst slaan over hoeveel duizend meter ze per dag bergaf wel afleggen, dan zegt hij alleen: ‘Ga eerst maar eens vijfhonderd meter de berg op, dan praten we wel weer verder.’
 Driehonderdvijftig meter hebben wij er nu op zitten. De helling wordt steiler, de sneeuw dikker. De opgekrikte binding volstaat niet meer als klimhulp, er moeten sneeuwijzers aan te pas komen. Daarmee slepen wij ons al kronkelend de berg op. Verder naar boven loopt een hele stoet te ploeteren. Kort geleden bij de bergmis, vertelt Grüner, daar gebeurde wat! Een lint van vierhonderd deelnemers bewoog zich traag hemelwaarts, onder aanvoering van een bisschop die met dit terrein geen enkele moeite had. De bisschop hield vervolgens onder het kruis op de top in vol ornaat een preek... Tot zover de evenementencultuur in het Villgratental.
 Hoog in de bergen op plaatsen met zon staan de oudste boerderijen, de oerboerderijen, dicht tegen elkaar aan als jonge adelaars in het nest. In het dal vestigden zich pas later mensen, vanwege de overstromende bergbeek en de geringere opbrengsten. Op de tegenoverliggende helling staan maar een paar huizen; steile hellingen kunnen in cultuur worden gebracht, hellingen die in de schaduw liggen niet.


 

Om licht en schaduw gaat het ook bij het conflict over het skigebied. Ten westen van de ‘Talausgang’ verheft zich de 2400 meter hoge Thurntaler met een glooiend plateau waarop zich een middelgroot skicircus uitstrekt. De berg wordt van buiten af, vanuit het Pustertal, ontsloten. Slechts één afrit aan de rand splitst zich af naar Ausservillgraten. Het dal zelf blijft onaangetast. De hellingen hebben nog steeds gesloten bebossing. Maar de exploitanten van het skigebied zouden maar al te graag ook hier liftpaden kappen en afritten aanleggen, al was het maar vanwege de zonvrije noordoostflank. Massatoerisme zou het gevolg zijn, reusachtige toeristencentra en grote parkeerterreinen. En mogelijk ook disco’s, winkels, een pretpark en een avonturenbad, zo vrezen de mensen in Villgraten.
 De voorstanders van ontsluiting verwachten meer banen, hogere belastinginkomsten, een betere infrastructuur en meer aanzien. Pleitbezorgers van een bescheiden toerisme vrezen daarentegen dat het dal met het bos ook zijn ziel verkoopt. ‘De mensen komen hier naartoe omdat het anders is,’ zegt berggids Grüner, ‘authentieker, mooier, oorspronkelijker.’Als het skicircus zou losbarsten, zou het er hier binnen korte tijd net zo uitzien als overal in Tirol. Er moet daarom geen reclame worden gemaakt met sensatie en superlatieven, maar met de afwezigheid daarvan: ‘Kom naar ons – wij hebben niets!’ Geen verkeer namelijk, geen sneeuw- en geluidskanonnen en ook geen nachtleven en lasershows.


 

Twee raven scheren over de bergkammen. Bijna plechtig binden wij de ski’s weer onder. Deze glinsterende hellingen hebben zelfs nog nooit een rupsvoertuig gehoord. Voorzichtig gaan wij er op de ski’s naartoe. Gewend als ze zijn aan geprepareerde pistes, zijn de voeten bijna vergeten dat echte sneeuw anders aanvoelt. Dat het geen steriele laag is, maar een levend medium, waarvan de kwaliteit voortdurend verandert naar gelang de straling van de zon, windrichting en ondergrond. Kort gezegd: ook het afdalen is werk. Weliswaar prachtig werk, maar wij krijgen geen meter cadeau.
 De laatste skibewegingen brengen ons naar Kalkstein, een gehucht aan het boveneinde van het dal met een sierlijk kerkje en een paar verspreid liggende boerderijen. Het sfeervolle keteldal met zijn schilderachtige bergdorpen is al vaak gebruikt als decor voor films, posters en kalenders.
 Wel een stuk of tien berghutten staan daar rond een kapelletje. Oases van stilte, die alleen bereikbaar zijn op sneeuwschoenen of ski’s. Op de daken ligt een dikke laag sneeuw en de donkere, verweerde gevels schitteren in de zon. Vroeger baanden de boeren er ook midden in de winter een pad naartoe. Het tot dikke balen samengebonden kostbare berghooi brachten ze op sleden naar het dal. Ook hout werd op die manier uit het bos gehaald. Tegenwoordig zijn de meeste bergweiden via toegangswegen ontsloten.
 Pas sinds eind jaren zestig loopt er een weggetje omhoog naar de boerderij van de familie Senfter, op zeventienhonderd meter hoogte. Vroeger moesten alle lasten met een kabellift omhoog gehesen of in een mand op de rug meegesleept worden. Wie ’s winters naar de kerk ging, bond klimijzers onder. Maar boerin Martha geeft toe dat het al jaren geleden is dat ze te voet naar het dorp beneden, Innervillgraten, is gegaan. Dit hoewel een wandeling nauwelijks langer duurt dan een rit met de auto over het smalle bergweggetje.
 Hoewel er in het dal ook een paar pensions en hotelletjes te vinden zijn, is onderdak bij particulieren toch de meest gebruikelijke vorm van huisvesting gebleven. Bij grote families, zoals de Senfters, beleeft de gast het dagelijks leven mee, van het ontbijt onder de zogenaamde Herrgottswinkel (hoekje met crucifix en andere devotionalia) tot en met het voeren van het vee in de stal ’s avonds. Net als op de meeste boerderijen wonen hier drie generaties met kat onder één dak. Honden zijn er veel minder, misschien omdat die op de steile hellingen steeds zouden omrollen. Tot op heden bepaalt de steile ligging het leven op de oerboerderijen. De Villgraters zijn doldrieste rodelaars, maar slecht in balspellen. De omliggende hellingen hebben een stijgingspercentage van zeventig procnet. Als boer Hubert wil maaien, moet hij klimhulpen onderbinden.


 

De boerderijen staan op machtige verhogingen, zodat ze aan de dalkant vaak tweemaal zo hoog uitsteken als aan de bergkant. Meer dan de helft van dat volume is echter nodig voor vee en hooi. De mensen nemen genoegen met kleine, lage vertrekken. De mooiste daarvan krijgen de gasten. ‘Wie koeien heeft, kan ook voor toeristen zorgen’, zegt Martha Senfter. ‘Het gaat erom dat er altijd iemand aanwezig is.’ In de regel zijn dit de vrouwen; sommigen van hen verlaten het dal jarenlang niet.
 Ook Rita Walder van de Graferhof is in haar zeventig levensjaren bijna nooit buiten Oost-Tirol geweest. Toch hebben gasten haar eenmaal overgehaald om op tegenbezoek te komen in Salzgitter, in Nedersaksen, in het noordoosten van Duitsland. ‘Sindsdien begrijp ik waarom ze driemaal per jaar bij ons komen’, zegt ze.
 Maar de stamgasten sterven uit. ‘Jaar na jaar kwamen ze, als zwaluwen’, zucht ze nostalgisch. ‘Als ze wegreden, hadden ze al gereserveerd voor het volgende jaar.’ De vakantiegangers van tegenwoordig zijn onberekenbaarder en stellen meer eisen. ‘Vroeger deden ze met z’n vijven met één toilet en waren ze toch gelukkig. Nu willen ze comfortabele kamers.’
 Deze charmante landelijke gastvrijheid zou bij aanleg van het skigebied onherroepelijk worden aangetast. De boerderijen zouden aan de rand komen te liggen en de accommodaties zouden onpersoonlijker en commerciëler worden. De doorsnee wintersporter zou zeker graag komen, maar niet de winterliefhebber, die de eenzaamheid opzoekt en onvermoeibaar tochten maakt. Al het schuwe wild zou worden verjaagd. Voorlopig blijft het dal op de tweesprong staan en discussiëren de inwoners, zoals elke winter, met bijna rituele ijver over de toekomst. 
 Zou de bisschop desondanks nog komen? Sinds bij het bedevaartskerkje van Kalkstein een huis van gebed en bezinning werd gebouwd, heeft het dal ook in het katholieke milieu nationale bekendheid gekregen. Onder leiding van lekenzuster Maria Krizmanich vinden hier wandeloefeningen, vastencursussen en meditatie plaats. Of het nu gaat om een bankdirecteur of een aankomend priester, om een radeloze scholiere of een moeder van vijf kinderen, allemaal zoeken ze een plaats om tot bezinning te komen.
 Hoe luidruchtiger het er overal aan toe gaat, zegt zuster Maria, des te nodiger wordt de stilte. Het ongerepte winterlandschap in het dal maakt het ‘beleefbaar’ als iets wat reëel, compact en vervuld is. Stilte geeft volgens zuster Maria de mensen nieuwe kracht en brengt hen tot besluiten. Zo kan een actieve vakantie er ook uitzien.
 Het kerkje heet overigens van oudsher Maria Schnee, ofwel: ‘Maria Sneeuw’. Geprezen zij de winter.


 

Met toestemming bewerkt en overgenomen van Die Zeit (1 dec. 2005), www.zeit.de.


 

Meer weten
Aankomst: De trein gaat tot Sillian, daarvandaan verder met de bus. Met de auto door Felbertauerntunnel naar Lienz. De dichtstbijzijnde luchthavens zijn Salzburg en Klagenfurt.
Accommodatie: Overnachting met ontbijt in particuliere accommodatie vanaf 16 euro per persoon, vakantiehuisje tussen 40 en 50 euro per dag.
Maaltijden: Het stijlvolle gourmetrestaurant Gannerhof in Innervillgraten (tel. +43 4843 5240,
www.gannerhof.at) wordt alom geroemd.
Berggids: Bergschule Alpin Aktiv Hochpustertal, A-9920 Sillian 1b, Oostenrijk, tel. +43 4842 6085,
www.sillian.com/bergschule
Informatie: Tourismusverband Villgratental, tel. +43 4843 5194,
www.innervillgraten.info
 


 

Terug naar vorige pagina